Nieuws

Universiteit Twente heeft eigen 3D Print Lab

3D printen wordt steeds vaker gebruikt om op een snelle manier ideeën uit te proberen en complexe vormen te produceren. UT-onderzoekers kunnen het Rapid Prototyping Lab bijvoorbeeld gebruiken voor het printen van speciale onderdelen voor hun onderzoeksopstelling. Daarnaast wordt het Rapid Prototyping Lab ingezet in het onderwijs en wordt er onderzoek gedaan naar nieuwe mogelijkheden van 3D printen, zoals het combineren van verschillende materialen en technieken. Geprint kunsthart Volgens prof. Bart Koopman, hoogleraar biomedische werktuigbouwkunde en één van de initiatiefnemers, biedt het Rapid Prototyping Lab veel nieuwe mogelijkheden. “Voor de dagelijkse gebruiker biedt dit lab net wat betere kwaliteit dan de standaard printers. Er kunnen bijvoorbeeld prints worden gemaakt die ook goed mechanisch belastbaar zijn. Daarnaast is het educatief van belang omdat er veel verschillende printtechnieken worden aangeboden. Op onderzoeksgebied zijn er plannen om te kijken naar het printen van composieten en rubberachtige materialen. Denk dan aan het printen van een compleet kunsthart om kleppen of ondersteuningspompen te testen. Verder willen we bijvoorbeeld printen combineren met nabewerkingstechnieken in een apparaat om zo tot volwaardiger productiemachines te komen. In de toekomst willen we het lab uitbouwen met metaalprinters en dergelijke.” Shared Facility Het lab is open voor alle onderzoeksgroepen en studenten van de UT. “We vinden het erg belangrijk dat het lab een shared facility is”, vertelt Koopman. “Ook studententeams als Solar Team Twente en Green Team Twente maken nu al volop gebruik van de faciliteiten. Verder hebben we een directe link met het DesignLab van de UT. Gebruik van het lab wordt op dit moment ingebouwd in de studies Werktuigbouwkunde en Industrieel Ontwerpen.” Onderzoekers van de faculteit Engineering Technology (ET) en instituut MIRA, de initiatiefnemers van het lab, verrichtten woensdag 14 juni  2017 de officiële openingshandeling. Het Rapid Prototyping Lab bevindt zich in gebouw De Horst op de UT-campus. Bron: Universiteit Twente  

Groen licht voor samenwerkingsproject ‘Industriële Robotica’

Hoe bereid je de toekomstige werknemers goed voor op de ‘Smart Industry’ van de toekomst, waarin digitalisering en robotisering centraal staan? Onderwijs, bedrijfsleven, overheid en ondersteunende organisaties in de regio Noordwest-Veluwe en Zwolle slaan de handen ineen in het project ‘Industriële Robotica’. Het ministerie van OC&W ziet toekomst in het project en heeft een subsidie toegekend van 1,5 miljoen euro, 30% van de totale investering. Onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en overheden spelen samen in op vraag van de toekomst

Dare-2-Share contract stimuleert innovatie en samenwerking

Digitalisering zorgt dat het mogelijk is om nieuwe business te creëren met de inzet van nieuwe technologieën zoals big data processing, het Internet of Things en nieuwe adaptieve robots. Data is het onmisbare, digitale fundament waarop nieuwe bedrijfsmodellen worden gebouwd. Data van jezelf én data van anderen. Voor de bereidheid tot het delen van deze data met verschillende partners is vertrouwen essentieel. Zonder vertrouwen tussen samenwerkingspartners wordt er geen data gedeeld en komt ook de diagnose op afstand – cruciaal voor Smart Industry – niet van de grond. Afspraken vastleggen over data delen en samenwerken Er ontstaan in de technologische industrie nieuwe manieren van produceren en nieuwe business modellen Deze ontwikkelingen bieden gigantische kansen en evenzo grote risico's. Uit gesprekken met ondernemers is gebleken dat het gebrek aan juridische kennis over het juist vastleggen van afspraken over samenwerking en over het delen van data een grote belemmering vormt bij het tot stand komen van (digitale) samenwerking. In samenwerking met FME Advocaten en met input van o.a. TNO, NL ICT, Siemens en Thales is een generieke samenwerkingsovereenkomst ‘Dare-2-Share’ opgesteld voor de fase van ‘samenwerking in innovatie’. Deze overeenkomst kan worden gebruikt om de samenwerking in de keten, waarbij data wordt gedeeld tussen groot en klein, op een eerlijke en betrouwbare manier vast te leggen. Bron: Programmabureau Smart Industry

Fieldlabs Industrial Robotics en 3D Makers Zone krijgen subsidie

Met het Regionaal Investeringsfonds investeert het ministerie van OCW in de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in de regio. Op 22 mei maakte minister Bussemaker bekend dat er 15 consortia in totaal 15,9 miljoen subsidie ontvangen. Bij deze consortia zitten twee voorstellen waarin Smart Industry Fieldlabs participeren. Dit zijn de 3D Makers Zone en het Fieldlab Industrial Robotics. Het voorstel van de 3D Makers Zone heeft betrekking op het ontwikkelen van ‘makereducation’. Het Fieldlab Industrial Robotics heeft betrekking op het opleiden van robotprogrammeurs.  

Robotschool krijgt 1,5 miljoen van Bussemaker

Minister Bussemaker trekt 1,5 miljoen euro uit voor het project Industriële Robotica, een initiatief van onderwijsorganisaties, bedrijfsleven en overheid op de Noordwest-Veluwe en in de regio Zwolle. De industrie verandert razendsnel door digitalisering en robotisering, zeggen de diverse partijen. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan productie- en arbeidsprocessen. Zo moeten vakmensen over de laatste technische kennis beschikken, maar ze moeten ook flexibel en in teamverband kunnen samenwerken. De zogenoemde robotschool in Harderwijk wil zoveel mogelijk mensen op alle niveaus klaarstomen voor de toekomst van de industriële robotica. AWL-Techniek in Harderwijk richt een fieldlab in, waar studenten op vmbo-, mbo- en hbo-niveau praktijkgericht leren. Het project kost in totaal 5 miljoen euro. De resterende 3,5 miljoen wordt door de diverse partijen bijeengebracht. Bron: Omroep Gelderland Foto: Industriële Robotica

Matchmaking zoekt en vindt zakelijke partners

In samenwerking met Enterprise Europe Network maken we matchmaking mogelijk tijdens Techconn 2017 op 15 juni. Door middel van matchmaking brengen we bedrijven met elkaar in contact. De bedrijven geven dit vooraf aan en is er wederzijdse interesse, dan vindt er een gesprek plaats van 30 minuten. Redenen voor bedrijven om mee te doen aan matchmaking zijn: > nieuwe leveranciers ontmoeten, > zaken willen doen in het buitenland, > zoeken naar specifieke kennis, > potentiële klanten ontmoeten. Matchmaking op Techconn 2017 maakt het voor u wel erg eenvoudig om nieuwe zakelijke partners te ontmoeten. Besluit u standhouder te worden, dan plaatsen we uw profiel online. Internationale en nationale bezoekers kunnen een gesprek aanvragen als zij op zoek zijn naar u. Ook standhouders zelf kunnen gesprekken aanvragen. Doe mee en vul het intakeformulier in Voor standhouders en ook bezoekers zijn er op het gebied van matchmaking interessante mogelijkheden. Alle reden dus om standhouder te worden of ons te bezoeken op Techconn 2017. Matchmaking wordt aangeboden door de organisatie en is dus geheel kosteloos. Schrijf u nu in als bezoeker en geef bij opmerkingen uw interesse voor matchmaking. Eenvoudiger kan het bijna niet.

Omzet vergroten met Smart Industry

Productieproces verbeteren, omzet en marge vergoten. Dat willen alle ondernemers wel. Smart Industry lijkt daarin de toekomst te bieden. Maar hoe en waar begin je? Zes deskundigen spraken erover bij de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN).   Smart Industry laat zich het beste omschrijven als het optimaliseren van de productie met behulp van ICT. Slimme machines en robots communiceren met elkaar. De interactie tussen mens en machine verbetert. Smart Industry bevordert sneller, duurzamer en goedkopere productie. Allemaal mooi en aardig, die Smart Industry, maar hoe richt je als mkb-er je bedrijfsproces ermee in? Waar begin je? Volgens Maarten van Gils leeft dat vraagstuk sterk. Hij is programmamanager van Boost. Boost is de actie agenda van Oost-Nederland op het gebied van Smart Industry, vooral gericht op het meenemen van het mkb in de Smart Industry. Maarten van Gils: “Hoe zet je de eerste stap? Wat je hoort is dat veel kreten de ronde doen, zoals robotisering, digitalisering, one piece flow, Smart maintenance, noem maar op. Het is voor het gemiddelde mkb-bedrijf een hele klus om het beginnetje te vinden. Het gaat om technologie, niet als doel maar als middel om je bedrijf financieel duurzamer te maken. Ondernemers moeten handvatten geboden worden om vanuit de luisterstand naar de eerste stap te gaan.” Deny Smeets, programmamanager Smart Industry bij de HAN vindt dat de implementatie van Smart Industry begint bij gedegen kennis van de eigen productieprocessen. Deny Smeets: “Als je je integrale bedrijfsproces in kaart hebt gebracht dan kan je daarin compartimenten identificeren. Je hebt waarschijnlijk zwakke plekken in je bedrijfsvoering of kansrijke elementen. Je zal er sterkte-zwakte analyses op los moeten laten. Vervolgens ben ik voor geleidelijkheid. Niet meteen overschakelen van product A naar product B, nee, de verandering moet passen in je bedrijfsvoering, vanaf de klantvraag tot aan het leveren.” Frank van der Weiden is oprichter van TalentNL, bureau voor talentontwikkelingsvraagstukken en jobcoaching. Hij denkt dat het herontwerpen van productieprocessen niet binnen de eigen fabrieksmuren te houden is.   Hij stelt: “Ziekenhuizen moeten bijvoorbeeld bij het herinrichten van bedrijfsprocessen rekening houden met de wensen van verzekeraars en verwijzers. In sportorganisaties moeten nieuwe talenten ondernemende netwerkers zijn. Dat is bij Smart Industry ook zo. Je hebt mensen nodig die voorbij de bedrijfsprocessen binnen de eigen muren durven kijken. Met een gevoel voor wat er in de buitenwereld gebeurt. Als je dat niet doet dan is het dood in de pot volgens mij. De periferie is het nieuwe organiseren.” Simon de Luij is directeur-eigenaar van installatiebedrijf Modderkolk. Implementeren van Smart Industry is lastig, zegt hij uit ervaring. Hij sluit wel aan bij Frank van der Weiden: “Het is belangrijk om de keten waarin je als bedrijf functioneert onder de loep te nemen. Daar zitten vaak knelpunten in. Feitelijk vaak niet in je eigen organisatie maar in de overgangen in de productieketen. Daar is winst te behalen. Als je teveel intern blijft kijken kom je er niet toe de echte knelpunten op te lossen. Dan kom je niet tot bloei. Je moet het breder gaan zien in de ketens, denk ik. Tenminste zo doen wij het.” Als praktijkman is Simon de Luij kritisch over Smart Industry: “Het is slim om je enigszins te verdiepen in Smart Industry om vervolgens tot de conclusie te komen dat je er niets mee wilt doen of juist dat je er veel meer van zou willen weten. Half Smart is zo dom nog niet.”    Bedrijventerreinen  Een tweede stap ter bevordering van Smart Industry is te vinden op het eigen industrieterrein. Nico Schoenmakers is programmamanager bedrijventerrein Seingraaf. Dat ligt vanuit Arnhem gezien net over de IJssel, rechts van de A12. Hij vertelt: “Tot 2008 verkochten we industriegrond als vanzelf. Er was een bestemmingsplan en grond met de traditionele infrastructuur. Nu rollen we een ringstructuur uit, met een hoogwaardig glasvezelnetwerk waarmee we maar liefst een paar honderd diensten kunnen aanbieden. Denk aan camerabeveiliging, een parkeer detectiesysteem, zodat je incidenteel parkeerruimte met de buren uit kan ruilen, cloud op locatie, noem maar op. Hoe kunnen we dat verder versterken?” Simon de Luij heeft wel een suggestie die los staat van Smart Industry: “Bedrijven kijken heel erg naar veiligheid. En bij het midden- en kleinbedrijf fungeren bedrijfspanden als pensioenbelegging voor de DGA’s. Die zijn dus gebaat bij een omgeving die zijn kwaliteit behoudt. Je wilt trouwens ook je klanten en medewerkers ontvangen in een aangename omgeving.” Joost Bouman is innovatiemakelaar bij het regionaal centrum voor technologie RCT Gelderland. Hij pleit ook voor een goede technische infrastructuur op een bedrijventerrein. In de krant las hij een artikel over een producent van frietaardappels. Dat doet die agrariër met behulp van sensortechnologie en met drones. Joost Bouman: “Hij kan niet door ontwikkelen vanwege de beperkingen van het internet. Ik ken zelf een bedrijf dat werkt met een geavanceerde internet portal waar je producten bestelt. Als dat niet werkt, ligt het bedrijf gewoon plat. Bij Smart Industry zijn goede verbindingsmogelijkheden cruciaal.” Joost Bouman heeft nog een suggestie voor de inrichting van een eigentijds bedrijventerrein: “Er gaat veel warmte en stroom om in bedrijven. Kan je collectief iets regelen? De vuilverbranding biedt warmte aan. Zorg dan dat er een bedrijf naast gevestigd wordt dat die warmte goed kan gebruiken. Met zonne-energie kan je gezamenlijk energie opwekken en verdelen. Dat zijn kansen om de kosten van de bedrijfsvoering te drukken. Daardoor wordt je concurrentiepositie aantrekkelijker.” Maarten van Gils vult aan: “Geef je bedrijventerrein een profiel. Dat is in het huidige landschap heel belangrijk. Je kunt zo’n bedrijventerrein snel proberen te vullen, maar je kunt ook bekijken wat het idee is achter die Smart Industry. Het NTC-terrein in Nijmegen bijvoorbeeld, heeft heel duidelijk gekozen voor health en semiconductors, een combinatie met NXP. De echte hotspots zijn een combinatie van gevestigde en jonge innovatieve bedrijven. Je moet ervoor zorgen dat die bedrijven bij elkaar naar binnen willen en kunnen. Ze doen vergelijkbare dingen. Zoek de complementariteit en niet zozeer de concurrentie. En als je in staat bent om bedrijven bij elkaar te krijgen die logischerwijs business met elkaar doen, dan gaat het vanzelf bruisen.”Frank van der Weiden ziet dat Smart Industry het bedrijfsleven snel verandert. Hij noemt het onvoorspelbaar wat er op het bedrijfsleven allemaal af komt, gelet op de vele verschillende technologische doorbraken, beschikbare data en internetmogelijkheden. “Flexibiliteit is enorm belangrijk op zo’n bedrijventerrein van de toekomst. Smart Industry wordt wel de vierde revolutie (Klaus Schwab) genoemd; ik geloof daar in! Welk bedrijf heeft dadelijk nog fysieke ruimte nodig? En voorspel dan ook nog eens hoeveel en van welke soort?”     Personeel  Deny Smeets brengt het gesprek op de menselijke factor: “Ik zie dat het personeel de enige constante factor is. Dat moet de dynamiek van verandering per slot van rekening realiseren. Uiteindelijk is een bedrijf een groep personen, met kennis en expertise. Bedrijven moeten daar oog voor hebben en zorgen dat mensen in de omgeving kunnen blijven werken en wonen. Dan zie je enclaves van grote veranderingsbereidheid ontstaan. Want die mensen willen allemaal best veranderen en mee gaan. Maak het leuk. Industrieterrein? Maak er een Efteling van, zou ik zeggen. Zodat zowel werknemers als publiek zich er thuis voelen.” Deny Smeets vertelt dat de HAN er op toeziet dat in nieuwe opleidingen studenten 50% van de tijd projecten bij bedrijven doen. Want dan moet de student zich per definitie verdiepen in de bedrijfsproblematiek. Deny Smeets: “We zoeken daar vernieuwende bedrijven voor uit. Het vinden van de juiste medewerker bepaalt straks of je in staat bent om je continuïteit te realiseren. Door die stages ontstaan de eerste leads tussen student en bedrijf.” De HAN is vorig jaar gestart met een tweejarige opleiding Smart Industry, niveau associate degree. Werkenden wordt geleerd om te gaan met de veranderende ICT, communicatie, bedrijfsprocessen en verdienmodellen.Frank van der Weiden: “Ontwikkel je talenten, dan ontvouwt zich je loopbaan en dan vergroot je de kans dat het werk wat bij je past jou weet te vinden. Dankzij Smart Industry is er gewoon heel veel nieuw werk. Je kan zomaar een bedrijf beginnen als je bijvoorbeeld de data van Google analytics goed weet te interpreteren en benutten.”Joost Bouman: “Er zijn ook bedrijven die naast hun bedrijf een afsplitsing realiseren die zich mag richten op innovatie. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij bedrijven die nog een flink machinepark hebben en veel wat oudere, trouwe werknemers. Ze verwachten groei van de nieuwe afsplitsing.” Maarten van Gils kent die innovatieve afsplitsingen. Hij zegt: “Als groot bedrijf creëer je je eigen kannibaal, een onderdeel dat beweging in gang kan zetten. Sommige bedrijven zitten, zoals Joost zegt, vast aan hun eigen apparatuur, gebouw en personeel. Moet je dat in z’n geheel omzetten? Misschien moet je kijken wat de core competence is en daar op een nieuwe manier schwung in krijgen. Dan kun je je bestaande bedrijf door laten lopen en met je nieuwe bedrijf aan de gang. Wij kunnen maar beter zelf die kannibaal maken, anders doet de concurrent het.”Deny Smeets: “Laat ruimte voor creativiteit van mensen binnen je bedrijf. En behoudt het vakmanschap, de expertise. Zorg voor een balans tussen de routinematige medewerkers, en de creatievelingen die voor vernieuwing gaan.” Frank van der Weiden: “Google geeft medewerkers 15% van de werktijd om zelf te besteden aan persoonlijke ontwikkeling. Af en toe moeten ze terugkoppelen wat Google voor voordelen van de zelfstandig ontplooide activiteiten zou kunnen hebben. Reserveer in Nederland eens 5% van de werktijd om die creativiteit te stimuleren. Want daar zit wel je nieuwe life cyclus.” Het gesprek sluit luchtig van toon en optimistisch af. Ontwikkelingen gaan snel en vragen om snelle beslissingen. Daar zitten ook foute beslissingen bij. Frank van der Weiden: “Fouten maken mag, er niet van leren mag niet! En in Sillicon Valley is het DNA zelfs: Maak zo snèl mogelijk níeuwe fouten! Gun creativiteit een kans.” «   Tekst: Paul de Jager / Fotografie: Jacques Kok

PDEng Cluster wil positie mkb versterken

Oost-Nederland heeft een sterke positie in de maakindustrie. Om deze positie te behouden en uit te bouwen is het van cruciaal belang dat het mkb in Oost-Nederland actief mee gaat in de Smart Industry beweging. Het PDEng Cluster Smart Industry Oost-Nederland (Professional Doctorate in Engineering) heeft tot doel de goede positie van het MKB verder te versterken, de onderlinge samenwerking tussen mkb te bevorderen, de kennis van de Universiteit Twente (UT) te valoriseren en nieuwe kennis over Smart Industry thema’s in de praktijk op te doen. Actief participeren Binnen het cluster wisselen bedrijven en UT kennis met elkaar uit op Smart Industry gerelateerde vraagstukken. De PDEng opleidingen zijn het instrument om het bedrijfsleven actief te laten participeren in dit cluster. Het PDEng Cluster Smart Industry OostNederland verbindt de maakindustrie in Oost-Nederland met de UT om gezamenlijk te leren, talent op te leiden en doelgerichte oplossingen voor Smart Industry gerelateerde onderwerpen te ontwikkelen, te valideren en te implementeren. Oplossingen Professional Doctorate in Engineering (PDEng) is een 2-jarig post-master technologisch ontwerpersopleiding waarin onderzoek in een industriële context gecombineerd wordt met onderwijsmodules. Een PDEng-trainee houdt zich bezig met het creëren van technische oplossingen voor producten, processen en systemen. Hierbij gebruikt hij/zij kennis van de laatste stand van zaken op technisch-wetenschappelijk en vaktechnisch gebied. Voor de PDEng-trainee staat een technologisch, Smart Industry gerelateerd ontwerpvraagstuk van een bedrijf centraal. De ontwerpopdracht en de onderwijsmodules worden naast elkaar geprogrammeerd om de verworven kennis direct om te zetten in technologische innovaties. De onderwijsmodules hebben een verbredend en verdiepend karakter met ruime aandacht voor soft skills. PDEng Cluster Smart Industry Oost-Nederland Meer weten? p.jansen@utwente.nl www.utwente.nl/pdeng  

Staatssecretaris Dekker opent Fieldlab Industrial Robotics

Op maandag 24 april 2017 werd op de Hannover Messe het Smart Industry Fieldlab Industrial Robotics geopend. Dit Fieldlab heeft als belangrijkste doel het opleiden van robotprogrammeurs. Staatssecretaris Dekker van OCW opende het Fieldlab met een symbolische druk op de knop. Daarna overhandigde Ineke Dezentjé Hamming (voorzitter Team Smart Industry) het officiële Fieldlabschildje. Groot tekort In Nederland is een groot tekort aan goed opgeleide software programmeurs. Ook robotbouwers en gebruikers hebben hier last van. Dit was aanleiding voor AWL om met 12 partners het Fieldlab Industrial Robotics op te zetten. Daarin worden samen met onderwijsinstellingen opleidingen opgezet voor het programmeren van robots. Piet Mosterd, voormalig CEO van AWL, benadrukte de noodzaak voor overheid, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven om de handen in een te slaan om het gebrek aan programmeurs op te pakken. Niet afwachten Sander Dekker, staatssecretaris Dekker van OCW, roemde het initiatief van Piet Mosterd: 'Niet afwachten tot de overheid of kennisinstellingen het oppakken, maar zelf de armen uit de mouwen steken!' Dekker ondersteunde de oproep van Piet Mosterd volledig en kon melden dat de Tweede Kamer vorige week heeft ingestemd met het voorstel om al in het primaire onderwijs computervaardigheden overal in het currriculum op te nemen. Trots Ineke Dezentjé Hamming toonde zich trots op het Fieldlab en benadrukte het nut voor de BV Nederland van dit soort initiatieven. Ze onderstreepte nog eens dat de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven van groot belang is. Bron  

Summer School biedt nieuwste inzichten in maintenance

Deze zomer organiseert World Class Maintenance voor de 6e keer de WCM Summer School op het gebied van Maintenance Management & Engineering. Dit jaar bieden we een vernieuwd programma aan op basis van de nieuwste inzichten in maintenance. Programma Het programma, inmiddels verzorgd door professoren van 7 Nederlandse universiteiten, is dit jaar vernieuwd. Op basis van inzichten uit het onderzoeksrapport Smart Moves for Smart Maintenance zijn onderwerpen zoals big data, human factors, performance based contracting en life cycle costing toegevoegd. Maintenance Management & Engineering is het hoofdonderwerp van de 5-daagse reeks aan workshops, een case study - dit jaar in samenwerking met het onderhoudsbedrijf van de Nederlandse Marine (DMI - Den Helder) - bijbehorend bedrijfsbezoek en een leiderschapstraining. Uniek perspectief De WCM Summer School onderscheidt zich vanwege het unieke multidisciplinaire perspectief op onderhoud, het werken aan een echte case, de begeleiding door top-hoogleraren op dit gebied en de mix van veelbelovende Master- en PhD-studenten en vooral ook young professionals. De contacten die hier gelegd worden, zijn vaak de basis voor een waardevol netwerk. De financiële bijdrage is voor bedrijfsdeelnemers vanaf € 2.250 (exclusief btw en overnachting). Aanmelden De Summer School wordt van maandag 31 juli tot en met vrijdag 4 augustus 2017 georganiseerd in het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder. Uit alle aanmeldingen selecteren we de beste kandidaten. Wij zoeken deelnemers die minder dan 10 jaar geleden een technische bachelor- of masteropleiding hebben afgerond en die een bijzondere interesse hebben in Maintenance Management & Engineering.  Aanmelden vóór 1 juni 2017.