Omzet vergroten met Smart Industry

Geplaatst op: 2017-05-10 00:00:00


Productieproces verbeteren, omzet en marge vergoten. Dat willen alle ondernemers wel. Smart Industry lijkt daarin de toekomst te bieden.

Maar hoe en waar begin je?
Zes deskundigen spraken erover bij de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN).   Smart Industry laat zich het beste omschrijven als het optimaliseren van de productie met behulp van ICT. Slimme machines en robots communiceren met elkaar. De interactie tussen mens en machine verbetert. Smart Industry bevordert sneller, duurzamer en goedkopere productie. Allemaal mooi en aardig, die Smart Industry, maar hoe richt je als mkb-er je bedrijfsproces ermee in?
Waar begin je?
Volgens Maarten van Gils leeft dat vraagstuk sterk. Hij is programmamanager van Boost. Boost is de actie agenda van Oost-Nederland op het gebied van Smart Industry, vooral gericht op het meenemen van het mkb in de Smart Industry.

Maarten van Gils: “Hoe zet je de eerste stap?
Wat je hoort is dat veel kreten de ronde doen, zoals robotisering, digitalisering, one piece flow, Smart maintenance, noem maar op. Het is voor het gemiddelde mkb-bedrijf een hele klus om het beginnetje te vinden. Het gaat om technologie, niet als doel maar als middel om je bedrijf financieel duurzamer te maken. Ondernemers moeten handvatten geboden worden om vanuit de luisterstand naar de eerste stap te gaan.” Deny Smeets, programmamanager Smart Industry bij de HAN vindt dat de implementatie van Smart Industry begint bij gedegen kennis van de eigen productieprocessen. Deny Smeets: “Als je je integrale bedrijfsproces in kaart hebt gebracht dan kan je daarin compartimenten identificeren. Je hebt waarschijnlijk zwakke plekken in je bedrijfsvoering of kansrijke elementen. Je zal er sterkte-zwakte analyses op los moeten laten. Vervolgens ben ik voor geleidelijkheid. Niet meteen overschakelen van product A naar product B, nee, de verandering moet passen in je bedrijfsvoering, vanaf de klantvraag tot aan het leveren.” Frank van der Weiden is oprichter van TalentNL, bureau voor talentontwikkelingsvraagstukken en jobcoaching. Hij denkt dat het herontwerpen van productieprocessen niet binnen de eigen fabrieksmuren te houden is.  
Hij stelt: “Ziekenhuizen moeten bijvoorbeeld bij het herinrichten van bedrijfsprocessen rekening houden met de wensen van verzekeraars en verwijzers. In sportorganisaties moeten nieuwe talenten ondernemende netwerkers zijn.

Dat is bij Smart Industry ook zo. Je hebt mensen nodig die voorbij de bedrijfsprocessen binnen de eigen muren durven kijken. Met een gevoel voor wat er in de buitenwereld gebeurt. Als je dat niet doet dan is het dood in de pot volgens mij. De periferie is het nieuwe organiseren.” Simon de Luij is directeur-eigenaar van installatiebedrijf Modderkolk. Implementeren van Smart Industry is lastig, zegt hij uit ervaring. Hij sluit wel aan bij Frank van der Weiden: “Het is belangrijk om de keten waarin je als bedrijf functioneert onder de loep te nemen. Daar zitten vaak knelpunten in. Feitelijk vaak niet in je eigen organisatie maar in de overgangen in de productieketen. Daar is winst te behalen. Als je teveel intern blijft kijken kom je er niet toe de echte knelpunten op te lossen.
Dan kom je niet tot bloei. Je moet het breder gaan zien in de ketens, denk ik. Tenminste zo doen wij het.” Als praktijkman is Simon de Luij kritisch over Smart Industry: “Het is slim om je enigszins te verdiepen in Smart Industry om vervolgens tot de conclusie te komen dat je er niets mee wilt doen of juist dat je er veel meer van zou willen weten. Half Smart is zo dom nog niet.” 
 
Bedrijventerreinen 
Een tweede stap ter bevordering van Smart Industry is te vinden op het eigen industrieterrein. Nico Schoenmakers is programmamanager bedrijventerrein Seingraaf. Dat ligt vanuit Arnhem gezien net over de IJssel, rechts van de A12. Hij vertelt: “Tot 2008 verkochten we industriegrond als vanzelf. Er was een bestemmingsplan en grond met de traditionele infrastructuur. Nu rollen we een ringstructuur uit, met een hoogwaardig glasvezelnetwerk waarmee we maar liefst een paar honderd diensten kunnen aanbieden. Denk aan camerabeveiliging, een parkeer detectiesysteem, zodat je incidenteel parkeerruimte met de buren uit kan ruilen, cloud op locatie, noem maar op.

Hoe kunnen we dat verder versterken?”
Simon de Luij heeft wel een suggestie die los staat van Smart Industry: “Bedrijven kijken heel erg naar veiligheid. En bij het midden- en kleinbedrijf fungeren bedrijfspanden als pensioenbelegging voor de DGA’s. Die zijn dus gebaat bij een omgeving die zijn kwaliteit behoudt. Je wilt trouwens ook je klanten en medewerkers ontvangen in een aangename omgeving.” Joost Bouman is innovatiemakelaar bij het regionaal centrum voor technologie RCT Gelderland. Hij pleit ook voor een goede technische infrastructuur op een bedrijventerrein. In de krant las hij een artikel over een producent van frietaardappels. Dat doet die agrariër met behulp van sensortechnologie en met drones.
Joost Bouman: “Hij kan niet door ontwikkelen vanwege de beperkingen van het internet. Ik ken zelf een bedrijf dat werkt met een geavanceerde internet portal waar je producten bestelt. Als dat niet werkt, ligt het bedrijf gewoon plat. Bij Smart Industry zijn goede verbindingsmogelijkheden cruciaal.”

Joost Bouman heeft nog een suggestie voor de inrichting van een eigentijds bedrijventerrein: “Er gaat veel warmte en stroom om in bedrijven. Kan je collectief iets regelen? De vuilverbranding biedt warmte aan. Zorg dan dat er een bedrijf naast gevestigd wordt dat die warmte goed kan gebruiken. Met zonne-energie kan je gezamenlijk energie opwekken en verdelen. Dat zijn kansen om de kosten van de bedrijfsvoering te drukken. Daardoor wordt je concurrentiepositie aantrekkelijker.” Maarten van Gils vult aan: “Geef je bedrijventerrein een profiel. Dat is in het huidige landschap heel belangrijk. Je kunt zo’n bedrijventerrein snel proberen te vullen, maar je kunt ook bekijken wat het idee is achter die Smart Industry.

Het NTC-terrein in Nijmegen bijvoorbeeld, heeft heel duidelijk gekozen voor health en semiconductors, een combinatie met NXP. De echte hotspots zijn een combinatie van gevestigde en jonge innovatieve bedrijven. Je moet ervoor zorgen dat die bedrijven bij elkaar naar binnen willen en kunnen. Ze doen vergelijkbare dingen. Zoek de complementariteit en niet zozeer de concurrentie. En als je in staat bent om bedrijven bij elkaar te krijgen die logischerwijs business met elkaar doen, dan gaat het vanzelf bruisen.”Frank van der Weiden ziet dat Smart Industry het bedrijfsleven snel verandert.
Hij noemt het onvoorspelbaar wat er op het bedrijfsleven allemaal af komt, gelet op de vele verschillende technologische doorbraken, beschikbare data en internetmogelijkheden. “Flexibiliteit is enorm belangrijk op zo’n bedrijventerrein van de toekomst. Smart Industry wordt wel de vierde revolutie (Klaus Schwab) genoemd; ik geloof daar in! Welk bedrijf heeft dadelijk nog fysieke ruimte nodig? En voorspel dan ook nog eens hoeveel en van welke soort?”    


Personeel 
Deny Smeets brengt het gesprek op de menselijke factor: “Ik zie dat het personeel de enige constante factor is. Dat moet de dynamiek van verandering per slot van rekening realiseren. Uiteindelijk is een bedrijf een groep personen, met kennis en expertise. Bedrijven moeten daar oog voor hebben en zorgen dat mensen in de omgeving kunnen blijven werken en wonen. Dan zie je enclaves van grote veranderingsbereidheid ontstaan. Want die mensen willen allemaal best veranderen en mee gaan. Maak het leuk. Industrieterrein? Maak er een Efteling van, zou ik zeggen. Zodat zowel werknemers als publiek zich er thuis voelen.”

Deny Smeets vertelt dat de HAN er op toeziet dat in nieuwe opleidingen studenten 50% van de tijd projecten bij bedrijven doen. Want dan moet de student zich per definitie verdiepen in de bedrijfsproblematiek. Deny Smeets: “We zoeken daar vernieuwende bedrijven voor uit. Het vinden van de juiste medewerker bepaalt straks of je in staat bent om je continuïteit te realiseren. Door die stages ontstaan de eerste leads tussen student en bedrijf.” De HAN is vorig jaar gestart met een tweejarige opleiding Smart Industry, niveau associate degree. Werkenden wordt geleerd om te gaan met de veranderende ICT, communicatie, bedrijfsprocessen en verdienmodellen.Frank van der Weiden: “Ontwikkel je talenten, dan ontvouwt zich je loopbaan en dan vergroot je de kans dat het werk wat bij je past jou weet te vinden.

Dankzij Smart Industry is er gewoon heel veel nieuw werk. Je kan zomaar een bedrijf beginnen als je bijvoorbeeld de data van Google analytics goed weet te interpreteren en benutten.”Joost Bouman: “Er zijn ook bedrijven die naast hun bedrijf een afsplitsing realiseren die zich mag richten op innovatie. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij bedrijven die nog een flink machinepark hebben en veel wat oudere, trouwe werknemers. Ze verwachten groei van de nieuwe afsplitsing.”

Maarten van Gils kent die innovatieve afsplitsingen. Hij zegt: “Als groot bedrijf creëer je je eigen kannibaal, een onderdeel dat beweging in gang kan zetten. Sommige bedrijven zitten, zoals Joost zegt, vast aan hun eigen apparatuur, gebouw en personeel. Moet je dat in z’n geheel omzetten? Misschien moet je kijken wat de core competence is en daar op een nieuwe manier schwung in krijgen. Dan kun je je bestaande bedrijf door laten lopen en met je nieuwe bedrijf aan de gang. Wij kunnen maar beter zelf die kannibaal maken, anders doet de concurrent het.”Deny Smeets: “Laat ruimte voor creativiteit van mensen binnen je bedrijf. En behoudt het vakmanschap, de expertise. Zorg voor een balans tussen de routinematige medewerkers, en de creatievelingen die voor vernieuwing gaan.”

Frank van der Weiden: “Google geeft medewerkers 15% van de werktijd om zelf te besteden aan persoonlijke ontwikkeling.
Af en toe moeten ze terugkoppelen wat Google voor voordelen van de zelfstandig ontplooide activiteiten zou kunnen hebben. Reserveer in Nederland eens 5% van de werktijd om die creativiteit te stimuleren. Want daar zit wel je nieuwe life cyclus.” Het gesprek sluit luchtig van toon en optimistisch af. Ontwikkelingen gaan snel en vragen om snelle beslissingen. Daar zitten ook foute beslissingen bij. Frank van der Weiden: “Fouten maken mag, er niet van leren mag niet! En in Sillicon Valley is het DNA zelfs: Maak zo snèl mogelijk níeuwe fouten!
Gun creativiteit een kans.” «  

Tekst: Paul de Jager / Fotografie: Jacques Kok